gezondheidsautoriteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) overheidsdienst die zich bezighoudt met de gezondheid van de bevolkingDe lakse aanpak om het virus in bedwang te houden heeft zowel lof als verontwaardiging gekregen. Critici beschuldigen de Zweedse autoriteiten van het gokken met het leven van burgers door geen strenge maatregelen op te leggen. Maar de gezondheidsautoriteit hield lange tijd vol dat haar aanpak op de lange termijn duurzaam is.
Etymologie
* Samenstelling van gezondheid en autoriteit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek