gezondheidscheck

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. test betreffende het wel of niet ziek zijn van een persoon
    "Wij houden ons in de kerk aan de coronaregels van het RIVM. We hebben een groot gebouw, goede ventilatie, mensen komen met een gezondheidscheck binnen en ontsmetten de handen bij binnenkomst", zegt hij tegen Omroep Gelderland.
    Toch is er een belangrijke uitzondering: bij een kerkelijk huwelijk geldt geen maximum. Dat heeft met de grondrechtelijke vrijheden van godsdienst en van vereniging te maken. Wel moet er voldoende afstand worden gehouden, moet iedereen een vaste zitplaats hebben en moeten gasten zich laten registreren en een gezondheidscheck ondergaan.