gezuig

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanhoudend stofzuigen
    Het geschrob en gezuig had ook al geen positieve invloed op hun hartslag, wat een goede indicator is voor iemands fysieke toestand. Een flinke wandeling daarentegen of een andere energieke inspanning, zoals werken in de tuin bijvoorbeeld, gedurende drie uur per week, had wel een positief effect op de gezondheid. De Standaard 17 MEI 2002 [http://www.standaard.be/cnt/dst17052002_160 Stofzuigen maakt je moe, meer niet]
  2. het aanhoudend zuigen met de mond om voedsel of drank naar binnen te krijgen
    Omdat ik niemand wil aanzetten tot drankzucht of rookverslaving, zal ik het in mijn recept hebben over een andere acquired taste , zoals de Britten zo deftig etenswaar benoemen waaraan je moet wennen. De artisjok is zo'n heerlijke groente waar vele mensen liever niet aan beginnen, vanwege al dat gepruts met de vingers, dat geknabbel en gezuig met de mond. De Standaard 12 FEBRUARI 2005 [http://www.standaard.be/cnt/dexa12022005_012 Zuipschuit en stoomtrein]
  3. aanhoudend pesten en treiteren

Etymologie

* van zuigen