gezwabber

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zonder duidelijk plan of doel steeds maar weer wat anders doen en zeggen
    ‘Een jammerlijke proeve van falend overheidsbeleid’, noemt Raedthuys-directeur T. Beune het in een brief, die hij gisteren naar de minister en de fracties in de Tweede Kamer heeft verstuurd. Beune: ‘Op een dergelijk overheidsbeleid kun je geen beleid maken. Een jaar geleden benadrukte minister Brinkhorst nog het belang van een stabiel investeringsklimaat en nu handelt zijn opvolger tegengesteld. Dit gezwabber werkt door in de hele sector.’ Tubantia Marthy Rothe 23-08-06 [https://www.tubantia.nl/overig/woede-over-schrappen-subsidie-op-windenergie~ad32c0c7/ Woede over schrappen subsidie op windenergie]
    Soortgelijk gezwabber toont hij met CDA-lijsttrekker Sybrand Buma. Aanvankelijk presenteert Asscher zich premierwaardig en probeert hij verbinding te zoeken. Een paar dagen later verwijt hij Buma ‘een grote bek’ over moraal. Tubantia Jan Hoedeman en Deborah Jongejan 15-03-17 [https://www.tubantia.nl/politiek/asscher-kwam-zag-en-verloor~a4653f87/ Asscher kwam, zag en verloor]
  2. het gaan met een slingerende gang
    Zo kan het publiek, dat afgaande op vorige edities overwegend bestaat uit sportieve recreanten, kennismaken met bikepacking. Dat is volgens de organisatie „een vorm van fietsreizen” via onverharde paden en tracks. Om gezwabber te voorkomen wordt de bagage niet aan dragers gehangen, maar vastgebonden aan frame, stuur of zadelpen. De Telegraaf 30 jan. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/866314/trends-op-fiets-en-wandelbeurs Trends op Fiets en Wandelbeurs]
  3. het aanhoudend dweilen met een zwabber

Etymologie

* van zwabberen