gieren

/ˈɣirə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. een fluitend geluid maken, door een harde wind of krachtige ademhaling
    Buiten giert de wind door de takken.
    Frédéric Talbi haalt het wel, al gieren de longen lang na.
    Toen ik voor de laatste keer mijn tent in de gierende wind en sneeuw opzette, trok ik al mijn natte kleren uit en kroop naakt mijn slaapzak in om weer op temperatuur te komen.
  2. hard lachen
    Hij giert van het lachen.
  3. heel snel rond gaan
    Ik voelde de adrenaline door mijn lichaam gieren.
    Zenuwen gieren door mijn keel.
    De adrenaline gierde door mijn lijf omdat, na meer dan een jaar voorbereiding, mijn trektocht van Mexico naar Canada eindelijk begon.
  4. luchtvaart (luchtvaart) een draaiende beweging rond de verticale as maken.
  5. scheepvaart (scheepvaart) een draaiende beweging rond de verticale as maken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘heen en weer gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1627

Uitdrukkingen

  • lachen, gieren en brullen geblazen

Vertalingen

Engelsyaw
Russischрыскание