giervalk

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. valkachtigen (valkachtigen) bepaald soort roofvogel, uit de familie van valken
    Van de elf soorten van valken, welke ons werelddeel bewonen, werden in Nederland slechts vijf aangetroffen en onder deze zijn er niet meer dan twee, en wel kleine soorten, van welke men met zekerheid weet, dat zij in ons land broeden. Het zijn de boomvalk en de torenvalk. De andere drie soorten, die in het vooren in het najaar door ons land trekken zijn de slechtvalk, de giervalk en het smelleken.

Etymologie

*via Middelnederlands van "geirfalki", op te vatten als , in de betekenis van ‘roofvogel’ aangetroffen vanaf 1287