gifbeker

mannelijk (de)/ˈɣɪvbekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) beker met vergif die moet worden leeggedronken als vorm van doodstraf
    Vroeger kwamen zij er slechter of : als profeten wachtte hun steeniging, als godsdiensthervormers kruis en mutsaard, als denkers gevangenis en gifbeker, tenzij zij tijdig terugriepen en zwoeren, dat zij ongelijk en de praktische lieden alleen de waarheid hadden.{{Aut|Vosmaer, C.

Uitdrukkingen

  • de gifbeker ledigeniets vervelends tot het einde toe moeten verdragen

Vertalingen

Engelslethal goblet