gifwolk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɪfwɔlᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) wolk van giftige stoffenDe gifwolk die op 3 december 1984 in Bhopal werd uitgestoten, kostte in korte tijd meer dan 2000 personen het leven en tastte de gezondheid van tussen de 150.000 tot mogelijk wel 600.000 andere mensen aan, waarvan later nog 6000 aan de gevolgen van de blootstelling zouden bezwijken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek