gigantomanie

vrouwelijk (de)/ɣˌiɣɑntomaˈni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) de (ziekelijke) neiging tot het willen realiseren van immense buitenproportionele bouwprojecten
    de nazileiders leden, naast andere psychopathische storingen, ook aan een ernstige vorm van gigantomanie [https://nl.wikipedia.org/wiki/Welthauptstadt_Germania Welthauptstadt Germania]

Etymologie

*afgeleid van gigantisch