gilde

/ˈɣɪldə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) een middeleeuwse beroepsorganisatie, meest op monopolie en handhaven van bepaalde standaarden gericht
    Het gilde heeft het geregeld, de burgemeesters hebben toestemming gegeven.
    Geen enkel gilde zou haar willen hebben, behalve de naaisters of de stinkende turfdragers.

Etymologie

* In de betekenis van ‘middeleeuwse broederschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1115

Vertalingen

Engelscorporation, gild, guild
Fransgilde
Spaanscorporación, gremio, cofradía