gin-tonic

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) mengsel van gin en tonic vaak in een verhouding van 1 op 2
    Het is raadzaam om een keer ‘L’existentialisme est un humanisme’ te lezen. Daar past dan uiteraard een abrikozencocktail en een sigaret bij, in plaats van de zoveelste gin-tonic of soya flat white. NRC Rosan Hollak 15 november 2016
    Gin-tonic zou door de bittere kinine een medicijn tegen malaria kunnen zijn.