ginnegappen
/ˈɣɪnəˌɣɑpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) onderdrukt en ietwat spottend lachen, vaak op een ongepaste wijzeOndanks de berispingen van hun ouders, zaten de kinderen de hele tijd te ginnegappen.
- grappen maken, grollen
Etymologie
* In de betekenis van ‘giechelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek