gips

onzijdig (het)/ɣɪps/

Wat is de betekenis van gips?

gips betekent: (scheikunde) een uit calciumsulfaat en water uithardende witte vaste stof: CaSO4·2H2O

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een uit calciumsulfaat en water uithardende witte vaste stof: CaSO4·2H2O
  2. materiaalkunde (materiaalkunde) (extensie) pleister, gipshoudend kalkmengsel gebruikt in verschillende toepassingen, onder meer in mallen en bij het vastzetten van gebroken ledematen

Betekenis en uitleg van gips

Gips is een veelzijdig materiaal dat vaak wordt gebruikt voor het maken van pleisterwerk of voor het ondersteunen van gebroken botten. Het heeft een lichte, poederachtige consistentie en hardt uit wanneer het met water wordt gemengd.

Dit woord wordt vaak gebruikt in de bouw, waar gips wordt toegepast om muren en plafonds af te werken. Ook in de medische wereld komt gips veelvuldig voor, bijvoorbeeld in gipsverbanden die helpen bij het genezen van botbreuken. Het materiaal heeft een bepaalde mate van flexibiliteit en kan eenvoudig worden gevormd, wat het ideaal maakt voor verschillende toepassingen.

Voorbeelden

  • Na de val moest ik een paar weken met gips om mijn arm lopen.
  • De muren van de kamer zijn afgewerkt met een mooie gipsafwerking, wat een elegante uitstraling geeft.
  • De kunstenaar gebruikte gips om een gedetailleerd beeldhouwwerk te maken.

Woordoorsprong

Het woord 'gips' komt van het Latijnse 'gypsum', wat verwijst naar een soort kalksteen.

Veelgestelde vragen over gips

Wat is de betekenis van gips?

gips betekent: (scheikunde) een uit calciumsulfaat en water uithardende witte vaste stof: CaSO4·2H2O

Hoeveel betekenissen heeft gips?

gips heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft gips?

gips is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van gips?

Synoniemen van gips zijn: calciumsulfaatdihydraat.

Etymologie

*van Middelnederlands "ghips", in de betekenis van ‘pleister’ aangetroffen vanaf 1477; via "gypse" of direct Latijn "gypsum" van "γύψος" (gúpsos) dat teruggaat op een Semitische taal

Vertalingen

Engelsgypsum, plaster
Fransgypse, plâtre
DuitsGips, Gips
Spaansyeso, escayola
Italiaansgesso
Portugeesgipsita
Russischгипс
Chinees石膏
Japans石膏
Koreaans석고
Arabischجص
Turksalçı
Poolsgips
Zweedsgips
Deensgips