gitaar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣi'tar/

Wat is de betekenis van gitaar?

gitaar betekent: (muziekinstrument) een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum

Voorbeelden van "gitaar" in een zin

  • Tatertot was helemaal op dreef en had inmiddels geregeld dat Necktie met zijn gitaar kon meedoen met de lokale bluegrassband die in de brouwerij aan het spelen was.

Betekenis en uitleg van gitaar

Een gitaar is een snaarinstrument dat vaak gebruikt wordt in verschillende muziekgenres, van rock tot klassiek. Het heeft een houten lichaam en meestal zes snaren die je kunt tokkelen of stemmen om muziek te maken.

De gitaar is een populair instrument voor zowel solo- als groepsmuziek. Hij wordt vaak gebruikt in informele situaties, zoals bij kampvuren of thuis, maar ook op professionele podia. De veelzijdigheid van de gitaar maakt het een geliefd instrument voor zowel beginners als ervaren muzikanten.

Voorbeelden

  • Tijdens het kampvuur nam Jan zijn gitaar mee om liedjes te spelen voor zijn vrienden.
  • De jonge vrouw gaf haar eerste optreden met de gitaar in een klein café, waar ze haar eigen nummers speelde.
  • Met een gitaar in de hand voelde hij zich vrij en kon hij zijn emoties in muziek uitdrukken.

Woordoorsprong

Het woord 'gitaar' komt van het Spaanse 'guitarra', dat zijn oorsprong vindt in het Latijnse 'cithara', een oud snaarinstrument.

Veelgestelde vragen over gitaar

Wat is de betekenis van gitaar?

gitaar betekent: (muziekinstrument) een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum

Welk woordgeslacht heeft gitaar?

gitaar is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je gitaar in een zin?

Voorbeeld: “Tatertot was helemaal op dreef en had inmiddels geregeld dat Necktie met zijn gitaar kon meedoen met de lokale bluegrassband die in de brouwerij aan het spelen was.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1683

Vertalingen

Engelsguitar
Fransguitare
DuitsGitarre
Spaansguitarra
Italiaanschitarra
Chinees六弦琴, 吉他
Japansギター
Zweedsgitarr
Deensguitar