glans
mannelijk (de)/ɣlɑns/
Wat is de betekenis van glans?
glans betekent: opmerkelijk lichtschijnsel door weerkaatsing
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opmerkelijk lichtschijnsel door weerkaatsing
- overdrachtelijk de schittering van een opmerkelijke daad, een unieke prestatie of een grote reputatie
- eikel (ook van penis en clitoris)
Voorbeelden van "glans" in een zin
- De glans van de lak kan gemakkelijk hersteld worden met een goede wasbeurt.
- Keverschilden, glimmend als koffiebonen en iriserend in het licht, hebben een zwarte glans met een zweempje rood erin.
- De aanwezigheid van de koningin gaf grote glans aan het jubileum.
- Ik zag de glans in Caspers ogen toen de studente voorstelde om met hem te dansen.
- Hoe gaat het?' 'Hoe het gaat? Wil je niet weten waarom ik hier ben?' 'Het is zeven uur 's ochtends, meneer ' 'Scott,' zei hij, terwijl zijn gezicht alle glans verloor.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘eikel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1686
Vertalingen
Engelsgloss, sheen
Spaansbrillo, fulgor, lumbre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek