glans

mannelijk (de)/ɣlɑns/

Wat is de betekenis van glans?

glans betekent: opmerkelijk lichtschijnsel door weerkaatsing

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opmerkelijk lichtschijnsel door weerkaatsing
  2. overdrachtelijk de schittering van een opmerkelijke daad, een unieke prestatie of een grote reputatie
  3. eikel (ook van penis en clitoris)

Voorbeelden van "glans" in een zin

  • De glans van de lak kan gemakkelijk hersteld worden met een goede wasbeurt.
  • Keverschilden, glimmend als koffiebonen en iriserend in het licht, hebben een zwarte glans met een zweempje rood erin.
  • De aanwezigheid van de koningin gaf grote glans aan het jubileum.
  • Ik zag de glans in Caspers ogen toen de studente voorstelde om met hem te dansen.
  • Hoe gaat het?' 'Hoe het gaat? Wil je niet weten waarom ik hier ben?' 'Het is zeven uur 's ochtends, meneer ' 'Scott,' zei hij, terwijl zijn gezicht alle glans verloor.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘eikel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1686

Vertalingen

Engelsgloss, sheen
Spaansbrillo, fulgor, lumbre