glanzen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (absol) in zekere mate licht weerspiegelen of voortbrengenDe worstelaars wreven zich in met olie tot zij glansden.Haar lichtblonde lokken glanzen als een stralenkrans door de donkere schaduwen van het glas, en de vrouw legt haar handpalm op de ruit.Haar ogen glansden toen ze me aankeek. 'Dat jonge hout rookt ook zo,'zei ze. 'Mijn ogen prikken ervan.'
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelsshine
Fransbriller
Duitsglänzen
Spaansbrillar, resplandecer
Portugeescintilar
Russischблестеть, сиять
Japans輝く
Zweedsblänka, glänsa, reflektera
Deensglimte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek