glazenmakers
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (libellen) een familie van echte libellen (Anisoptera). Het zijn grote libellen van 60 tot 85 mm lang, met een spanwijdte van 65 tot 90 mm. Het achterlijf, dat langer is dan de vleugels, is donker met een lichtere mozaïektekening, of licht met een donkere rugstreep, zoals bij het geslacht Anax. Het borststuk draagt altijd schouderstrepen of een lichte tekening aan de zijkant, en vaak beide. De glazenmakers zijn te onderscheiden van de nog grotere bronlibellen (Cordulegastridae) doordat de facetogen elkaar voor een groter deel raken aan de bovenkant van de kop
- (libellen) het typegeslacht van bovengenoemde familie. Dieren van dit geslacht hebben meestal een grootte van 8 tot 11 cm. Mannetjes en vrouwtjes verschillen slechts weinig van elkaar
Etymologie
* "glazenmaker" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek