glimp
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat je maar heel kort, in een flits, zietWij konden maar een glimp van het nieuwe automodel zien.Het volk houdt zich urenlang op straat op, zelfs in het donker of als het sneeuwt. in de hoop een glimp van haar gezicht op te vangen achter het raam van haar vergulde koets.
Etymologie
* In de betekenis van ‘flikkering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1620
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek