globaliseren
/ɣlobaliˈzerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) veralgemeniseren, generaliseren
- (ov) (economie) uitbreiden over de hele wereld, mondialiseren
- (ov) integreren
Etymologie
*[2] Leenvertaling van Engels "globalize", aangetroffen vanaf de jaren 1950, en in zwang geraakt sinds de jaren 1990, met name in economische zin.
Vertalingen
Fransglobaliser, mondialiser
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek