gloeiing

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een warme gloed; een golf van warmte
    ‘Hij drukte zich tegen haar aan. Een gloeiing trok langs zijn gezicht. Het was of een lauwe wind hem streelde.’ NRC Janet Luis 30 oktober 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/10/30/onder-de-cyclamen-tiert-de-wraakgier-1551047-a1380883 Onder de cyclamen tiert de wraakgier]

Etymologie

* van gloeien

Vertalingen

Engelsincandescence, glow