gluipen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) vals zijn en/of huichelachtig kijkenUit 't dorre rimpelbakkes gluipten z'n felle oogen naar den dokter terwijl hij met bevende handen den vuilen, blauwen hoofddoek rechtschikte.Uit 't gevaar {{Aut|Carry van Bruggen
Etymologie
* In de betekenis van ‘loeren’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek