glycol
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) tweewaardige alcohol
- antivriesmiddel, desinfectiemiddel, zoetmakerom de wijn zoeter te maken werd er glycol aan toegevoegd!
Etymologie
* In de betekenis van ‘antivries’ voor het eerst aangetroffen in 1907
Vertalingen
Engelsglycol
Fransglycol
DuitsGlykol
Spaansglicol
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek