gnoes
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) een geslacht van de evenhoevigen behorende tot de familie der holhoornigen (Bovidae). Het geslacht kent twee soorten, die leven op de grasvlakten van zuidelijk en oostelijk Afrika
Etymologie
* "gnoe" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek