gnosticus
mannelijk (de)/ˈɣnɔstiˌkʏs/
Wat is de betekenis van gnosticus?
gnosticus betekent: aanhanger van het gnosticisme, de leer over het verwerven van het inzicht in de oorsprong, huidige situatie en de bestemming van de mens
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhanger van het gnosticisme, de leer over het verwerven van het inzicht in de oorsprong, huidige situatie en de bestemming van de mens
Voorbeelden van "gnosticus" in een zin
- Op het gymnasium in Dordrecht ontmoette hij docent Grieks en Latijn P. J. G. A. Hendrix (1896-1979). Deze was gepromoveerd op de Alexandrijnse gnosticus Basilides uit de 2e eeuw en zou later hoogleraar in Leiden worden. Hendrix legde bij Quispel de kiem voor zijn interesse in de gnostiek.
- Zou Epifanie een gnostieke oorsprong hebben? Dat wordt door sommigen wel gedacht. Clemens van Alexandrië vertelt rond het jaar 200 dat de volgelingen van de gnosticus Basilides de doop van Christus vierden op 6 januari.
Veelgestelde vragen over gnosticus
Wat is de betekenis van gnosticus?
gnosticus betekent: aanhanger van het gnosticisme, de leer over het verwerven van het inzicht in de oorsprong, huidige situatie en de bestemming van de mens
Welk woordgeslacht heeft gnosticus?
gnosticus is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van gnosticus?
Synoniemen van gnosticus zijn: theosoof.
Hoe gebruik je gnosticus in een zin?
Voorbeeld: “Op het gymnasium in Dordrecht ontmoette hij docent Grieks en Latijn P. J. G. A. Hendrix (1896-1979). Deze was gepromoveerd op de Alexandrijnse gnosticus Basilides uit de 2e eeuw en zou later hoogleraar in Leiden worden. Hendrix legde bij Quispel de kiem voor zijn interesse in de gnostiek.”
Etymologie
* uit het Grieks
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek