godheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
    Een afbeelding van een godheid.
  2. figuurlijk (figuurlijk) een expert op een bepaald gebied
    Hij is een godheid op het gebied van hogere wiskunde.

Etymologie

*Afgeleid van god .

Vertalingen

Engelsdeity, divinity
Fransdéité, dieu, divinité
DuitsGottheit
Spaansdivinidad, deidad