godsdienst
mannelijk (de)/ˈɣɔtsdinst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een geloof en alle daar bij horende rituelen en doctrinesEen christen is iemand die de christelijke godsdienst aanhangt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘religie’ voor het eerst aangetroffen in 1301
Vertalingen
Engelsreligion
Fransreligion
DuitsReligion
Spaansreligión
Italiaansreligione
Portugeesreligião
Russischрелигия, вера
Chinees宗教
Japans宗教
Koreaans종교
Arabischديانة, دين
Zweedsreligion
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek