godsdienstigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin men godsdienstige gevoelens heeft
    1 - Secularisatie De moderniteit wordt misschien wel het meest gekenmerkt door de teloorgang van godsdienstigheid - het verdwijnen van een geloof in de bemoeienis van goddelijke krachten met aardse zaken.

Etymologie

* afleiding van godsdienstig