godslasteraar
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die god beledigdToen Judas die woorden hoorde, kon hij zich niet beheersen en schreeuwde hij boven het rumoer van de menigte uit: 'Jullie hebben niet de moed om die dingen in zijn bijzijn te zeggen; ik zeg dat jullie de godslasteraars zijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek