godsleer
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɔtsler/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de kennis die over god zou bestaan; theorie over godHet is echter niet te ontkennen dat de Heilige Schrift vol staat met uitspraken die het bestaan van andere goden veronderstellen. Het Oude en Nieuwe Testament vormen nu eenmaal een bloemrijke optekening van een mythologie onder de mythologieën. Wat Maarten 't Hart trouwens nog overslaat is het feit dat de christelijke godsleer (godenleer zou een beter woord zijn!) een hiërarchie laat zien die een verrassende overeenkomst vertoont met de Griekse mythologie. NRC Frans Siliakus 19 februari 1993 [https://www.nrc.nl/nieuws/1993/02/19/baal-7173614-a395264 Baäl]Cusanus' godsleer is gebaseerd op het begrip 'coincidentia oppositorum': in God vallen alle tegenstellingen samen. Deze gedachte is terug te vinden in Heymerics Handboek van de goddelijke dingen, dat in de vertaling is opgenomen. NRC LIes de Regt 12 januari 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/01/12/heymeric-6952862-a884388 Heymeric]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek