godsvolk
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- alle gelovigenMozes verzuchtte toen er een discussie dreigde over wie wel en wie niet mocht preken: ware heel het godsvolk maar profeet. Reformatorisch Dagblad ds. J. Belder 24-05-2018 [https://www.rd.nl/opinie/column-ds-j-belder-pinksterkinderen-1.1489393 Column (ds. J. Belder): Pinksterkinderen]Even dacht ik: Dennis is getuige van Jehova geworden, hij is verloren voor deze wereld. Maar na de wedstrijd zag ik dat hij ook met zo'n Italiaans vijfdagenbaardje rondloopt en, hoe subtiel ook, dat is toch te modieus voor het godsvolk. NRC Hugo Camps 8 september 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/09/08/lantaarnpalen-7280174-a414632 Lantaarnpalen]Het verbond tussen God en zijn volk, tussen Christus en zijn volgelingen, wordt er beschouwd als een huwelijk. God is de bruidegom, de Kerk de bruid. Die Bijbelse relatie wordt ook uitgedrukt in het gewijde ambt. De ambtsdragers symboliseren de bruidegom die Christus is ten overstaan van het Godsvolk dat de bruid is. De Standaard 12 MAART 2014 Marcel Gielis en Frans Van Looveren [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140311_01020000 Geen priester, wel diaken en kardinaal]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek