godsvrede

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bestand, een pauze in de vijandelijkheden, met een religieuze achtergrond waardoor het verstoren van de vrede gezien wordt als een zwaar vergrijp tegen de god of goden
    „Als de godsvrede in Nederland wankelt, komt dat niet door de opstelling van agnosten, atheïsten of doorgebroken politici, maar door onenigheid in het hart van de christelijke politiek”, zei hij woensdag in een debat met ChristenUnieleider Rouvoet over de rol van religie in de samenleving. Aanleiding was de verschijning onlangs van ”Ongewenste goden”, een essaybundel over religie als scheidslijn in het publieke domein. Reformatorisch Dagblad 01-06-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/bos-haalt-uit-naar-islamofoob-cda-1.1237967 Bos haalt uit naar „islamofoob” CDA]
    De absolute Godsvrede is een mooi ideaal, maar wellicht toch iets te ver van de menselijke realiteit. Hoe dan ook, na spectaculaire groei elders, zijn beide religies nu ook in de geseculariseerde ruimte van West-Europa in stevig debat en het eerste resultaat is toch alweer een groeiend besef van het belang van religie in de maatschappij als geheel. Reformatorisch Dagblad 05-03-2008 [https://www.rd.nl/kerk-religie/religie-oorzaak-van-vrede-en-confrontatie-1.1282018 Religie oorzaak van vrede en confrontatie]
    Dat is ook de gedachte achter de IJzerbedevaartterm ‘godsvrede: ideologische verschillen opzijzetten om, over de partijgrenzen heen, samen specifieke Vlaamse doelstellingen te realiseren. De Standaard 24 JULI 2012 Marc Reynebeau [http://www.standaard.be/cnt/dmf20120723_00232194 Nationalisme is maar een middel]

Vertalingen

Engelstruce of God