goedheid

vrouwelijk (de)/ˈɣuthɛit/

Wat is de betekenis van goedheid?

goedheid betekent: de hoedanigheid van het goed zijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hoedanigheid van het goed zijn

Voorbeelden van "goedheid" in een zin

  • De innerlijke goedheid van de mens.

Betekenis en uitleg van goedheid

Goedheid verwijst naar de kwaliteit om vriendelijk, meelevend en genereus te zijn. Het is een innerlijke eigenschap die zich uit in positieve daden en gedachten richting anderen.

Je gebruikt het woord goedheid vaak in situaties waarin iemand zich op een altruïstische manier gedraagt, bijvoorbeeld door te helpen of steun te bieden aan anderen. Het benadrukt de morele waarde van een persoon of actie. Goedheid kan ook een belangrijke rol spelen in relaties, waar het vertrouwen en saamhorigheid bevordert.

Voorbeelden

  • Haar goedheid kwam naar voren toen ze besloot om elke week maaltijden te koken voor de daklozen in de stad.
  • De goedheid van de mensen in het dorp was duidelijk te zien tijdens de jaarlijkse inzamelingsactie voor het goede doel.
  • Zelfs in moeilijke tijden bleef zijn goedheid een lichtpuntje voor iedereen om hem heen.

Woordoorsprong

Het woord goedheid is afgeleid van 'goed', dat een positieve eigenschap aanduidt, en het achtervoegsel '-heid', wat een toestand of kwaliteit aangeeft.

Veelgestelde vragen over goedheid

Wat is de betekenis van goedheid?

goedheid betekent: de hoedanigheid van het goed zijn

Welk woordgeslacht heeft goedheid?

goedheid is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je goedheid in een zin?

Voorbeeld: “De innerlijke goedheid van de mens.

Etymologie

*Afgeleid van goed .

Vertalingen

Engelsgoodness
Fransbonté
DuitsGüte