goedheid

vrouwelijk (de)/ˈɣuthɛit/

Wat is de betekenis van goedheid?

goedheid betekent: de hoedanigheid van het goed zijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hoedanigheid van het goed zijn

Voorbeelden van "goedheid" in een zin

  • De innerlijke goedheid van de mens.

Etymologie

*Afgeleid van goed .

Vertalingen

Engelsgoodness
Fransbonté
DuitsGüte