goedwilligheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het welwillend zijn
    Ik heb Mijnheer Van Bethune gezien en gesproken, zijn lot is door de goedwilligheid van de Kastelein verzacht, - en hij verzoekt u om zijnentwille niet te wenen.

Etymologie

* afleiding van goedwillig