goj
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɡɔj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- niet-jood
Etymologie
* via גוי (goi) "niet-jood" van גּוֹי (goj) "volk"; in het Oude Testament wordt de meervoudsvorm גּוֹיִים (gojiem) gebruikt in de betekenis vreemde volken
Vertalingen
Engelsgoy, gentile, goy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek