golem

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɡolɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (in joodse folklore) wezen in de vorm van een mens dat tot leven gewekt kan worden door een kabbalistische spreuk met de Godsnaam, in het bijzonder het wezen dat gecreëerd zou zijn door Jehoeda Löw ben Betsalel
  2. sukkel

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws

Vertalingen

Engelsgolem