Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

golok

mannelijk (de)/ɡo­lɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) groot kapmes
    Zondagmiddag omstreeks 15.30 uur was de tuinman van mevr. P. te Kebajoran de verwelkte bladeren van de pisangboom, in de tuin met een golok aan het bijsnijden.
  2. militair (militair) kleine sabel
    De Atjehers waren sluwe tegenstanders, die graag met klewang en golok toesloegen.

Etymologie

*van "golok"