gomelastiek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rubber dat men gebruikt voor het maken van elastieken en vlakgom
    Het leeren kostte vier gulden in het jaar, werd door de heeren en hunzelf betaald; 't papier, de koperen teekenpen, de wiek en het gomelastiek, het krijt en het houtskool en alles wat je verder in je gele teekendoos kon hebben en niet kon ontberen.