Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
gommakoek
mannelijk (de)/ˈgɔmaˌkuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) soort Surinaamse koek van tapioca of maizena, boter en suiker, versierd met suikermuisjesIk mis de gommakoek en de tamarindestroop van mevrouw Leefmans.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek