Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

gommakoek

mannelijk (de)/ˈgɔmaˌkuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) soort Surinaamse koek van tapioca of maizena, boter en suiker, versierd met suikermuisjes
    Ik mis de gommakoek en de tamarindestroop van mevrouw Leefmans.