gondel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɔndəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een pleziervaartuig in VenetiëJa, gondels, ik zag ook gelijk gondels, al was ik daar nog niet op voorbereid. Ze waren groter, zwarter en echter dan op de plaatjes.
- bovenste gedeelte van een windturbine
- de cabine van een kabelbaan
- het schuitje van een luchtballon
- vrouw, dame
- prostituee
Etymologie
* [5, 6] Herkomst: Bargoens
Vertalingen
Engelsgondola
Fransgondole
DuitsGondel
Spaansgóndola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek