gondel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɔndəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een pleziervaartuig in Venetië
    Ja, gondels, ik zag ook gelijk gondels, al was ik daar nog niet op voorbereid. Ze waren groter, zwarter en echter dan op de plaatjes.
  2. bovenste gedeelte van een windturbine
  3. de cabine van een kabelbaan
  4. het schuitje van een luchtballon
  5. vrouw, dame
  6. prostituee

Etymologie

* [5, 6] Herkomst: Bargoens

Vertalingen

Engelsgondola
Fransgondole
DuitsGondel
Spaansgóndola