gong
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een hangend slagwerkDe gong is een van de instrumenten van het gamelan-orkest.
Etymologie
*Uit het Maleis
Vertalingen
Engelsgong
Fransgong
DuitsGong
Spaansgong
Italiaansgong
Japansタムタム
Poolsgong
Zweedsgonggong
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek