goot

mannelijk (de)/χot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) lid van een Oost-Germaans volk dat een grote rol gespeeld heeft in de ondergang van het West-Romeinse Rijk.
    We kunnen ook veilig aannemen dat een kleine Romein of een kleine Goot langer tijd nodig had om ‘goed praten’ te leren dan een kleine Nederlander.

Vertalingen

EngelsGoth
Spaansgodo