gording
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) houten dwarsbalk of ligger aangebracht in de lengterichting van kap of dak waarmee de zaak in verband gehouden wordt
- (scheepvaart) lopend touw waarmee men zeilen tegen hun rondhouten ophaalt, om de windvang te verminderen
Etymologie
* van gorden
Vertalingen
DuitsPfette
Spaanslarguero, plinto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek