gorilla
mannelijk (de)/ɣoˈrɪla/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (primaten) Afrikaanse mensaap uit het geslacht , de grootste nog levende primaten verdeeld in twee soorten waarvan de westelijke gorilla de grootste populatie kent
- (figuurlijk) iemand die als taak heeft een belangrijk persoon tegen geweld te beschermen
Etymologie
**[2] van "gorilla", omdat het vaak om forsgebouwde mannen gaat, in de betekenis van ‘lijfwacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1964
Vertalingen
Engelsgorilla
Fransgorille
DuitsGorilla
Spaansgorila
Italiaansgorilla
Portugeesgorila
Russischгорилла
Chinees大猩猩
Japansゴリラ
Turksgoril
Poolsgoryl
Zweedsgorilla
Deensgorilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek