gospel
mannelijk (de)/ˈɡɔspəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) christelijk muziekgenre geboren in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika
- (muziek) christelijk lied dat past in het genre dat is ontstaan in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika
zelfstandig naamwoord
- verzamelterm voor het bord en de stenen die worden gebruikt bij de denksport go
- (sport) beoefening van de denksport go
Etymologie
*[A] van "gospel" "evangelie", in de betekenis van ‘godsdienstig negerlied’ voor het eerst aangetroffen in 1959
Vertalingen
Engelsgospel
Spaansgospel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek