gouden eeuw
Wat is de betekenis van gouden eeuw?
gouden eeuw betekent: (figuurlijk) langere periode waarin iets op zijn best is, tijdperk waarin de de waardering het grootst is
Betekenis
- (figuurlijk) langere periode waarin iets op zijn best is, tijdperk waarin de de waardering het grootst is
Voorbeelden van "gouden eeuw" in een zin
- Het is goed dat we de slavernij boekstaven en bespreken. En het is goed dat de koloniale tijd meer aandacht krijgt in het onderwijs. Maar om met terugwerkende kracht deze eeuwen te meten aan de maatstaven van nu loopt al snel uit op de ontkenning van de vooruitgang waar zowel Granada als Amsterdam symbolen van zijn. Het moet mogelijk zijn om waardering en kritiek bijeen te brengen – ook als we het over de gouden eeuw van een beschaving hebben.
- Nu de twee landen met het grootste energieverbruik aardgas omarmen, trekt het IEA de conclusie: de „gouden eeuw voor gas”, daar zit de wereld middenin.
- De ananas werd een symbool van de Nieuwe Wereld, die in verhalen en prenten de hemel in werd geprezen. Nederland speelde daarbij een belangrijke rol, want de gouden eeuw voor de ananas viel samen met de Gouden Eeuw in Nederland.
Veelgestelde vragen over gouden eeuw
Wat is de betekenis van gouden eeuw?
gouden eeuw betekent: (figuurlijk) langere periode waarin iets op zijn best is, tijdperk waarin de de waardering het grootst is
Welk woordgeslacht heeft gouden eeuw?
gouden eeuw is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van gouden eeuw?
Synoniemen van gouden eeuw zijn: bloeiperiode.
Hoe gebruik je gouden eeuw in een zin?
Voorbeeld: “Het is goed dat we de slavernij boekstaven en bespreken. En het is goed dat de koloniale tijd meer aandacht krijgt in het onderwijs. Maar om met terugwerkende kracht deze eeuwen te meten aan de maatstaven van nu loopt al snel uit op de ontkenning van de vooruitgang waar zowel Granada als Amsterdam symbolen van zijn. Het moet mogelijk zijn om waardering en kritiek bijeen te brengen – ook als we het over de gouden eeuw van een beschaving hebben.”
Etymologie
*(coll), een leenvertaling van Latijn "aurea aetas" "gouden tijdperk" zoals in boek 1 (r. 89-112) van zijn het tijdperk dat Saturnus oppergod was noemt; deze beschrijving gaat weer terug op "χρύσεον γένος" (chrúseon génos) "gouden geslacht" in het werk van