Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

goudkam

mannelijk (de)/ˈɣɑutkɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wormen, verouderd (wormen) (verouderd) benaming voor
    Zandkokerwormen, krioelend zich opstapelend tot riffen, reusachtige theemutsonderwaterbubbels, zijn daar kind aan huis, ons kent ons, als goudkam, als kamkieuwworm, als pectinaria auricoma voor de post-Rumphius en pre-anti-kolonialistische era.

Etymologie

*, naar de rij goudkleurige uitsteeksels op de kop