gouverneur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
    De gouverneur kreeg het voorstel er niet doorheen.
  2. beroep (beroep) het hoofd van een organisatie of instelling
    De gouverneur van de centrale bank had de rente verlaagd.
  3. beroep, onderwijs (beroep), (onderwijs) huisonderwijzer
  4. (Limburg) commissaris van de Koning

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bestuurder’ voor het eerst aangetroffen in 1336

Vertalingen

Engelsgovernor
Fransgouverneur, stathouder
DuitsStatthalter, Gouverneur, Steuermann
Spaansgobernador
Italiaansgovernatore
Zweedsståthållare, guvernör
Deensstatholder, guvernør