graecisme

onzijdig (het)/ɣreˈsɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde, pejoratief (taalkunde) (pejoratief) woord of uitdrukking overgenomen uit het Oudgrieks of gevormd naar Oudgrieks voorbeeld
    En de Latijnse vertaling van dit gedicht bevat enkele virtuoos geplaatste alliteraties en een zeer geleerd archaïsch graecisme.
    Natuurlijk, al die hebraïsmen en graecismen maakten de vorige vertalingen moeilijk leesbaar, maar nu lijkt het soms of iedere beeldspraak gladgestreken moet worden.

Etymologie

*leenvertaling van Latijn "graecismus" , in de betekenis van ‘ontlening aan het Grieks’ voor het eerst aangetroffen in 1552

Vertalingen

Engelsgraecism
Franshellénisme, grécisme
DuitsGraezismus
Spaanshelenismo