grammatica
vrouwelijk (de)/ɣrɑˈmatiˌka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘spraakkunst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1500
Vertalingen
Engelsgrammar
Fransgrammaire
DuitsGrammatik
Spaansgramática
Italiaansgrammatica
Portugeesgramática
Chinees语法
Japans文法
Turksgramer
Poolsgramatyka
Zweedsgrammatik
Deensgrammatik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek