grapefruit
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) (fruit) een gele of rode, enigszins bitter smakende citrusvruchtDe grapefruit bevat weinig calorieën, maar kan niet met bepaalde geneesmiddelen gecombineerd worden.
Etymologie
*van het Engels: Samenstelling van grape en fruit
Vertalingen
Engelsgrapefruit
Franspamplemousse, pomélo
DuitsPampelmuse, Grapefruit
Spaanspomelo
Italiaanspompelmo
Portugeestoranja, pamplumossa
Russischгрейпфрут
Chinees西柚
Japansグレープフルーツ
Koreaans그레이프프루트
Arabischليمون فردوسي
Turksgreyfurt
Poolsgrejpfrut
Zweedsgrapefrukt
Deensgrapefrugt, grape
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek