grapefruit

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten, fruit (bloemplanten) (fruit) een gele of rode, enigszins bitter smakende citrusvrucht
    De grapefruit bevat weinig calorieën, maar kan niet met bepaalde geneesmiddelen gecombineerd worden.

Etymologie

*van het Engels: Samenstelling van grape en fruit

Vertalingen

Engelsgrapefruit
Franspamplemousse, pomélo
DuitsPampelmuse, Grapefruit
Spaanspomelo
Italiaanspompelmo
Portugeestoranja, pamplumossa
Russischгрейпфрут
Chinees西柚
Japansグレープフルーツ
Koreaans그레이프프루트
Arabischليمون فردوسي
Turksgreyfurt
Poolsgrejpfrut
Zweedsgrapefrukt
Deensgrapefrugt, grape